ECLI:NL:RVS:2005:AU0406
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- B.J. van Ettekoven
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwvergunning entreegebouw Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde op 2 april 2003 een bouwvergunning voor het oprichten van een entreegebouw op een perceel met deels de bestemming "paardenfokkerij" en deels "bos en verspreide houtopstanden". De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het hoofdgebouw geheel op gronden met de bestemming "paardenfokkerij" was gesitueerd en slechts de vleugels deels op "bos en verspreide houtopstanden".
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college op basis van nieuwe metingen en kadastrale gegevens erkende dat het hoofdgebouw en een deel van de vleugels op de bestemming "paardenfokkerij" lagen, en het overige deel van de vleugels op "bos en verspreide houtopstanden". Hierdoor ontbrak een deugdelijke feitelijke grondslag voor het besluit op bezwaar, wat in strijd is met artikel 3:2 en Pro 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het standpunt van appellant dat de bouwvergunning van rechtswege was verleend, werd verworpen omdat de vleugels integraal onderdeel zijn van het gebouw en niet als terreinafscheiding kunnen worden aangemerkt. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd met veroordeling in proceskosten.