ECLI:NL:RVS:2005:AU0735
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen last onder dwangsom wegens milieuhandhaving PET en plastyn
Bij besluit van 6 februari 2004 legde het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan appellanten lasten onder dwangsom op wegens het bewerken van polyethyleentereftalaat (PET), de productie van plastyn en het niet opruimen van het buitenterrein. Appellanten voerden onder meer aan dat zij niet bevoegd waren, dat PET geen afvalstof was en dat de activiteiten vergund waren.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat PET als afvalstof moet worden aangemerkt op grond van Europese jurisprudentie. De activiteiten waren niet vergund en de appellanten, waaronder ook de eigenaar van de grond en bestuurders, konden als overtreder worden aangemerkt. Het beroep op onevenredigheid van de dwangsommen en het ontbreken van concreet zicht op legalisatie faalde.
De Raad concludeerde dat de lasten onder dwangsom terecht waren opgelegd en dat de begunstigingstermijn en hoogte van de dwangsommen redelijk waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van lasten onder dwangsom wegens overtredingen in milieuhandhaving is ongegrond verklaard.