ECLI:NL:RVS:2005:AU0740

Raad van State

Datum uitspraak
4 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200505849/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • I.A. Molenaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last verwijderen container en afscheiding op fietspad

Het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel heeft verzoeker op 3 januari 2005 bevolen een gedeelte van een fietspad in oorspronkelijke staat terug te brengen door een geplaatste container te verwijderen en een afscheiding te handhaven. Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank en het college dit besluit in stand.

Verzoeker stelde een voorlopige voorziening in bij de Raad van State om te voorkomen dat hij aan deze last zou moeten voldoen zolang het hoger beroep loopt. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek behandeld en vastgesteld dat verzoeker de container inmiddels heeft verwijderd en de afscheiding aan de zuidzijde heeft geplaatst.

De Voorzitter oordeelde dat de voorzieningenrechter terecht heeft geoordeeld dat de openbare weg werd versperd door de afscheiding en container, waardoor het college bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen. Er was geen grond om de uitspraak te schorsen of de last op te schorten. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de last tot verwijdering van de container en handhaving van de afscheiding blijft van kracht.

Uitspraak

200505849/2.
Datum uitspraak: 4 augustus 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak in zaak nos. 05/594 en 05/955 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden van 9 juni 2005 in het geding tussen:
verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 3 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongeradeel (hierna: het college) verzoeker op straffe van een dwangsom gelast een nader omschreven gedeelte van een fietspad binnen vier weken na verzending van de brief weer in de oorspronkelijke staat terug te brengen in die zin dat de geplaatste container dient te worden verwijderd en de afscheiding aan de zuidzijde van het fietspad dient te worden gehouden.
Bij besluit van 22 februari 2005 heeft het college het besluit van 3 januari 2005 in die zin gewijzigd dat het heeft meegedeeld dat het ter oplossing van de problematiek er ook in kan berusten als een eventuele omlegging van het fietspad door verzoeker wordt geasfalteerd en voorzien van een rode slijtlaag. Tevens is de gestelde begunstigingstermijn verlengd tot 1 mei 2005.
Bij besluit van 17 maart 2005 heeft het college het tegen deze besluiten door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 9 juni 2005, verzonden op die dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 5 juli 2005, bij de Raad van State ingekomen op 6 juli 2005, hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 juli 2005, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door mr. ing. M. van Beelen, advocaat te Leeuwarden, en het college, vertegenwoordigd door J.W. van der Meer, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Vast staat dat over het bedrijfsterrein van verzoeker een openbaar fietspad loopt waarvan hij de doorgang aanvankelijk heeft belemmerd door op een gedeelte van dat pad containers en een afscheiding te plaatsen. Als omlegging heeft verzoeker parallel aan het oorspronkelijke tracé een stuk verharding aangelegd. Naar ook uit het ter zitting overgelegde fotomateriaal blijkt heeft deze omlegging, in tegenstelling tot de structuur van het oorspronkelijke gedeelte en van de gedeelten die aan weerszijden aansluiten op het (aanvankelijk) belemmerde gedeelte, geen asfaltfundering en evenmin een rode slijtlaag. Inmiddels heeft verzoeker - overeenkomstig de opgelegde last - de container(s) verwijderd en de afscheiding aan de zuidzijde van het oorspronkelijke tracé geplaatst. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de afscheiding kan worden teruggeplaatst, althans dat hangende hoger beroep niet aan de last hoeft te worden voldaan.
2.2.    In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd is geen grond te vinden om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven. Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden is naar voorlopig oordeel van de Voorzitter de voorzieningenrechter niet ten onrechte tot de conclusie gekomen dat door de plaatsing van de afscheiding, hetgeen zoals hiervoor vermeld inmiddels door verzoeker ongedaan is gemaakt, de openbare weg wordt versperd, zodat het college bevoegd was tot het opleggen van een last onder dwangsom.
2.3.    Gelet op het vorenstaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van de gevraagde voorziening. Het verzoek moet worden afgewezen.
2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Molenaar
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2005
369.