ECLI:NL:RVS:2005:AU0746

Raad van State

Datum uitspraak
10 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200500203/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • P.A. Offers
  • D. Roemers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 19, eerste lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bouwvergunning bezwaar

Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer verleende op 3 oktober 2002 een bouwvergunning voor bedrijfsruimten, 55 woningen en een parkeergarage op een perceel in Amsterdam. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar dit bezwaar werd op 1 april 2003 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar bezwaar.

Appellante stelde dat zij wel belanghebbende was bij het besluit en dat zij niet gehoord was in de bezwaarprocedure. De Raad van State oordeelde dat appellante niet als belanghebbende kon worden aangemerkt omdat zij geen beschikkingsmacht had over de benodigde gronden voor haar project. Ook het niet horen in de bezwaarprocedure leidde niet tot een ander oordeel.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

200500203/1.
Datum uitspraak: 10 augustus 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk Meadow Contractors Limited, gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk),
appellante,
tegen de uitspraak in zaak no. Awb 03/2315 WW44 van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2004 in het geding tussen:
appellante
en
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer van de gemeente Amsterdam.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2002 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer van de gemeente Amsterdam (hierna: het dagelijks bestuur) aan [vergunninghoudster], met gebruikmaking van de bij besluit van 24 september 2002 verleende vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, bouwvergunning verleend voor het oprichten van bedrijfsruimten, 55 woningen met bijbehorende bergingen en een parkeergarage op het perceel gelegen op de hoek Slotermeerlaan en Jan de Louterstraat te Amsterdam (hierna: het perceel).
Bij besluit van 1 april 2003 heeft dagelijks bestuur het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 30 november 2004, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en appellante alsnog niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingediende bezwaar en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 7 januari 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 7 februari 2005. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 17 maart 2005 heeft dagelijks bestuur van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juli 2005, waar appellante, vertegenwoordigd door A.M.H. van Beem en bijgestaan door mr. C. Sjenitzer, advocaat te Amsterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. R.M. de Graaf, ambtenaar bij de gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
2.2.    Het betoog van appellante dat de rechtbank haar ten onrechte niet als rechtstreeks belanghebbende bij het besluit tot verlening van de bouwvergunning heeft aangemerkt, faalt. Niet de verlening van deze bouwvergunning staat in de weg aan de realisering van haar project op het perceel, maar de omstandigheid dat appellante niet de beschikkingsmacht heeft dan wel heeft kunnen krijgen over de daarvoor benodigde gronden. Dat appellante, naar zij stelt, overeenstemming zou hebben bereikt met het dagelijks bestuur over het indienen van een bouwaanvraag voor het realiseren van een hotel aldaar, leidt niet tot een ander oordeel.
2.3.    Het betoog van appellante dat de rechtbank ten onrechte geen oordeel heeft gegeven over de in beroep geuite klacht dat zij in de bezwaarprocedure niet is gehoord, behoeft geen verdere bespreking omdat het niet tot een ander oordeel van de rechtbank zal leiden.
2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump    w.g. Van Roosmalen
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2005
53-430.