ECLI:NL:RVS:2005:AU0757
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake nadere vaststelling huursubsidie en terugvordering
Appellante maakte bezwaar tegen de nadere vaststelling van haar huursubsidiebijdrage over het subsidietijdvak 1996-1997, waarbij de Staatssecretaris het inkomen over 1996 had betrokken omdat dit meer dan 15 procent hoger was dan het inkomen over 1995. De Minister handhaafde dit besluit, waarna de rechtbank Zutphen het beroep van appellante gegrond verklaarde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Appellante voerde aan dat een eenmalige nabetaling in 1996 op grond van de Ziektewet een schuld bij de sociale dienst had veroorzaakt, waardoor het hogere inkomen niet als zodanig mocht worden beschouwd. De Raad van State oordeelde dat de aanslag inkomstenbelasting 1996 als uitgangspunt geldt en dat appellante niet tijdig bezwaar tegen de aanslag had gemaakt.
Verder werd geoordeeld dat de Minister terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule omdat de schuld pas in 1999 was terugbetaald, waardoor in 1996 daadwerkelijk een hoger inkomen werd genoten. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.