ECLI:NL:RVS:2005:AU0769
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- M. Oosting
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning wijziging inrichting voor afvalopslag wegens onduidelijk voorschrift afvoer afval
Bij besluit van 11 juni 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een wijzigingsvergunning voor een inrichting die onder meer asbesthoudend bouw- en sloopafval, huishoudelijk afval en verontreinigde grond verwerkt. Appellanten maakten bezwaar tegen de vergunning, met name over geurhinder, emissies en onduidelijkheden in voorschriften.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het beroep deels gegrond verklaard. Het voorschrift 8A.5, dat bepaalt dat stankverspreidend kantoor-, winkel- en dienstenafval binnen 48 uur moet worden afgevoerd, is onduidelijk geformuleerd. De Raad van State vernietigt dit voorschrift en stelt een aangepaste tekst vast waarin het woord "stankverspreidend" wordt verwijderd, zodat het voorschrift duidelijker is.
Verder zijn de overige beroepsgronden, onder meer over geurhinder, emissies van fijn stof en de kennisgeving van proefnemingen, ongegrond verklaard. De provincie Zuid-Holland is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluitgedeelte.
Uitkomst: Het voorschrift over de afvoertermijn van afval is vernietigd en aangepast; het beroep is verder ongegrond verklaard.