ECLI:NL:RVS:2005:AU1087
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke afwijzing handhavingsverzoek inzake inrichting en verkeersbewegingen
Appellant diende een handhavingsverzoek in tegen de inrichting van een partij op een perceel te Velsen vanwege overtredingen van de oprichtingsvergunning uit 1994, met name verkeersbewegingen die niet vergund waren. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Velsen, wees dit verzoek gedeeltelijk af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant ging in beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college bevoegd is tot bestuursdwang en het opleggen van een last onder dwangsom bij overtredingen. Het college had het handhavingsverzoek gedeeltelijk afgewezen omdat het niet was gebleken dat de verkeersbewegingen hinder veroorzaakten in de door appellant gestelde omvang en dat voldaan kon worden aan de voorkeursgrenswaarde voor geluid. De Afdeling concludeerde echter dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom handhavend optreden in deze situatie onevenredig zou zijn, terwijl er geen concrete aanvraag tot legalisatie lag.
Daarmee was het besluit onvoldoende gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het afwijzen van handhavingsverzoeken en de noodzaak om bestuursrechtelijke bevoegdheden zorgvuldig uit te oefenen.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Velsen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.