ECLI:NL:RVS:2005:AU1110
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving ligplaats en opslag in Industriehaven Drachten
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland heeft appellanten sub 2 gelast om diverse overtredingen te beëindigen, waaronder het innemen van ligplaats met een schip en andere vaartuigen, opslag op de kade en het plaatsen van bouwwerken. Het college stelde een dwangsom in en gaf een begunstigingstermijn.
De rechtbank Leeuwarden had het beroep van appellanten deels gegrond verklaard en het besluit geschorst, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak grotendeels. De Afdeling stelt dat de verleende ontheffing uit 1984 is vervallen en dat het wonen op het schip niet is toegestaan. Ook zijn de overige vaartuigen en de opslag in strijd met de APV en het bestemmingsplan.
De Raad oordeelt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en dat de begunstigingstermijn niet onredelijk was. Tevens wordt vastgesteld dat het college ten onrechte niet heeft beslist op het verzoek om vergoeding van proceskosten, waarvoor de Raad nu zelf in de zaak voorziet en het college veroordeelt tot betaling van proceskosten aan appellanten sub 2.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavend optreden van het college en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 2.