ECLI:NL:RVS:2005:AU1126
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek nadeelcompensatie door Waterschap Roer en Overmaas
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas wees het verzoek van appellant om nadeelcompensatie af, nadat hij stelde dat meer grond was afgegraven dan toegezegd en dat de grond ongeschikt was voor agrarisch gebruik en grindwinning. Ook zou de grond meer dan voorheen onder water staan en rommel bevatten.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de adviescommissie niet onafhankelijk was en dat hij recht had op nadeelcompensatie op grond van de Deltawet grote rivieren en de Verordening bestuurscompensatie van het Waterschap.
De Raad van State oordeelde dat het enkele feit dat leden van de adviescommissie ook werkzaamheden voor andere overheden verrichten onvoldoende is om hun onafhankelijkheid te betwijfelen. Verder is de schade volgens de Raad van State voldoende anderszins verzekerd, zodat geen nadeelcompensatie op grond van de Verordening kan worden toegekend. Vergoeding van schade door onrechtmatige daad valt niet onder de Verordening.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; appellant krijgt geen nadeelcompensatie toegekend.