ECLI:NL:RVS:2005:AU1386

Raad van State

Datum uitspraak
15 augustus 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200504329/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.M. Boll
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen afwijzing handhavingsverzoek lichthinder tennisclub

Verzoekers dienden op 4 maart 2004 een verzoek in bij de gemeente Opsterland om bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen te treffen tegen de verlichting van tennisclub Lauswolt, wegens onaanvaardbare lichthinder.

De gemeente wees dit verzoek bij besluit van 7 april 2005 af, stellende dat installatiebedrijf Unica Installatietechniek aanpassingen had verricht waardoor de overlast was verholpen. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemeente niet de nodige feiten had verzameld noch het besluit deugdelijk had gemotiveerd, omdat geen eigen onderzoek was verricht en onduidelijk was welke aanpassingen waren uitgevoerd en of deze effectief waren. Daarom werd het besluit geschorst en werd de gemeente verplicht het betaalde griffierecht aan verzoekers te vergoeden.

Uitkomst: Het besluit van de gemeente Opsterland wordt geschorst wegens onvoldoende feitenonderzoek en motivering, en het griffierecht wordt aan verzoekers vergoed.

Uitspraak

200504329/1.
Datum uitspraak: 15 augustus 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], allen wonend te [woonplaats], gemeente Opsterland,
en
het college van burgemeester en wethouders van Opsterland,
verweerder.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 7 april 2005 heeft verweerder het verzoek van verzoekers van 4 maart 2004 om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen ten aanzien van de inrichting "Tennisclub Lauswolt" te Beetsterzwaag (hierna: de tennisclub) afgewezen.
Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Bij ongedateerde brief, bij de Raad van State ingekomen op 18 mei 2005, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 juli 2005, waar verzoekers, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en verweerder, vertegenwoordigd door K. van Dalen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar als partij gehoord de tennisclub, vertegenwoordigd door F. Nieuwenhuis.
2.    Overwegingen
2.1.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (wet van 24 juni 2002, Stb. 54) en de Aanpassingswet uniforme voorbereidingsprocedure Awb (wet van 26 mei 2005, Stb. 282) in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten op dit geding van toepassing blijft.
2.2.    Verzoekers hebben verweerder om handhaving verzocht omdat volgens hen de verlichting van de tennisvelden van de tennisclub onaanvaardbare lichthinder veroorzaakt.
2.3.    Verweerder heeft het verzoek afgewezen, omdat installatiebedrijf Unica Installatietechniek aanpassingen heeft verricht aan de verlichting rond de tennisvelden. Daarmee is de overlast door lichthinder verholpen, aldus verweerder.
2.4.    Verweerder heeft zich in deze gebaseerd op de gegevens van het door de tennisclub ingeschakelde installatiebedrijf en geen eigen onderzoek ter plaatse verricht. Dit was wel aangewezen onder meer aangezien verweerder heeft erkend dat er ten tijde van het verzoek om handhaving van 4 maart 2004 sprake was van onaanvaardbare lichthinder. Bovendien is noch uit de stukken noch uit het verhandelde ter zitting op te maken welke aanpassingen zijn uitgevoerd. Evenmin is gebleken of deze aanpassingen het beoogde effect sorteren.
2.5.    Gelet op het vorenstaande komt de Voorzitter tot de conclusie dat verweerder in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht niet de nodige kennis omtrent de relevante feiten heeft vergaart bij de voorbereiding van het besluit en het besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd.
2.6.    Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.7.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Opsterland van 7 april 2005;
II.    gelast dat de gemeente Opsterland aan verzoekers het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,00 (zegge: honderdachtendertig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll    w.g. Bossmann
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 15 augustus 2005
314.