ECLI:NL:RVS:2005:AU1390
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing voor tegelpad in beschermd watergebied Zuid-Holland
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland weigerde een ontheffing voor het hebben van een 11 meter lang en 3 meter breed tegelpad aan de noordzijde van een perceel in een watergebied. Appellant stelde beroep in tegen deze weigering, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep bevestigt de Raad van State deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het tegelpad als verhard terras kwalificeert en dat het college bevoegd is ontheffing te weigeren op grond van mogelijke aantasting van landschap, natuur en ecologische waarden zoals bepaald in de Verordening watergebieden en pleziervaart Zuid-Holland. Het strikte beleid van het college is niet onredelijk en het is aannemelijk dat het tegelpad nadelige invloed kan hebben.
Verder faalt het verweer dat de gasleiding bescherming behoeft via het tegelpad, en het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat andere gevallen niet vergelijkbaar zijn. Ook het verwijt van vooringenomenheid wordt ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing voor het tegelpad wordt bevestigd.