Uitspraak
200304122/1, heeft de Afdeling het daartegen onder meer door het college ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Kessel weigerde handhavend op te treden tegen een zonder bouwvergunning opgerichte woning met garage op een bedrijfsterrein. De regionaal inspecteur VROM-Inspectie Regio Zuid stelde bezwaar en beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college handhaafde zijn standpunt in een nieuw besluit en ook dit werd door de rechtbank vernietigd. Hiertegen stelde appellante hoger beroep bij de Raad van State in. De kern van het geschil betrof de vraag of er ten tijde van de beslissing op bezwaar concreet zicht bestond op legalisatie van de woning.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen concreet zicht was op legalisatie en bevestigde daarom de vernietiging van het handhavingsbesluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het handhavingsbesluit wegens ontbreken van concreet zicht op legalisatie.