ECLI:NL:RVS:2005:AU1745
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning afvalverwerkingsbedrijf
Bij besluit van 17 juni 2005 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een vergunning verleend aan verzoekster voor het exploiteren van een afvalverwerkingsbedrijf op een perceel te Rijswijk. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter behandelde het verzoek op 15 augustus 2005, waarbij partijen werden gehoord. De Voorzitter overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Tevens werd vastgesteld dat het overgangsrecht van toepassing is, waardoor het oude recht geldt.
Verzoekster had geen bedenkingen ingebracht tegen het ontwerpbesluit inzake een voorschrift over de maximale valhoogte bij handmatig verplaatsen van afvalstoffen, waardoor zij op dit punt waarschijnlijk niet-ontvankelijk is. Daarnaast oordeelde de Voorzitter dat het aanstampen van metaal met een kraan een inherent onderdeel is van de aangevraagde op- en overslagactiviteit en dus vergund is.
Verder werd het betoog van verzoekster dat de opslaghoogte van metalen ten onrechte beperkt is tot zes maanden per jaar, niet gevolgd. Gezien de aanvraag en de omstandigheden was er geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de verleende vergunning wordt afgewezen.