ECLI:NL:RVS:2005:AU1790
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vaststelling hogere geluidwaarden voor woningen langs omleidingsweg N219
Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, stelde bij besluit van 20 augustus 2003 hogere waarden voor de geluidbelasting vast voor veertien woningen langs de omleidingsweg N219, waaronder de woning van appellant. Appellant maakte bezwaar en stelde dat een hoger geluidscherm ter hoogte van zijn woning minder geluidhinder zou veroorzaken en dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat ook bij zijn woning een geluidscherm van drie meter hoogte wordt geplaatst.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de woning van appellant een aanwezige woning betreft en de N219 een nog niet geprojecteerde weg met een noodzakelijke verkeersfunctie is, zodat de wettelijke voorwaarden voor het vaststellen van hogere waarden zijn vervuld. Het akoestisch rapport toonde aan dat een geluidscherm van anderhalve meter of drie meter hoogte ter plaatse van de woning een geluidbelasting van 56 dB(A) oplevert, en dat een hoger scherm over het tracé landschappelijke en financiële bezwaren oproept.
De Raad verwierp het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel omdat de situatie ter hoogte van een andere woning niet vergelijkbaar is. Ook stelde de Raad vast dat de bedrijfsbebouwing van appellant niet valt onder de geluidgevoelige gebouwen waarvoor hogere waarden kunnen worden vastgesteld. De wijze van uitvoering van het geluidscherm valt niet binnen deze procedure. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidwaarden voor de woning van appellant langs de N219 wordt ongegrond verklaard.