Uitspraak
200304908/1heeft de Afdeling het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 14 mei 2002 vernietigd.
Raad van State
De burgemeester van Grave weigerde aan appellant een vergunning voor de exploitatie van een café te verlenen en verleende in plaats daarvan een vergunning voor een lunchroom/brasserie. Appellant maakte bezwaar en voerde beroep aan tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde het besluit van 14 mei 2002 en oordeelde dat de burgemeester het bezwaar opnieuw moest beoordelen.
Na hernieuwde beoordeling handhaafde de burgemeester het besluit, waarna appellant opnieuw beroep instelde. De rechtbank bleef bij haar oordeel dat de vergunning terecht was geweigerd. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de overlast niet aantoonbaar was en dat de burgemeester misbruik van bevoegdheid maakte.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester op goede gronden kon vertrouwen op getuigenverklaringen van omwonenden en politie-incidentmeldingen die structurele overlast aantoonden. Het feit dat er geen strafrechtelijke vervolging was ingesteld wegens geluidsoverlast deed hieraan niet af. Ook was er geen sprake van misbruik van bevoegdheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de exploitatievergunning voor het café wegens aantoonbare overlast en negatieve invloed op de openbare orde.