Uitspraak
200408961/1, heeft de Afdeling geoordeeld dat de mestopslagruimte en de varkenshouderij niet dienen te worden beschouwd als één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Deze grond treft geen doel.
Raad van State
Bij besluit van 11 oktober 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Meerlo-Wanssum een revisievergunning voor een mestopslagruimte op een perceel te [plaats]. Appellanten stelden dat de mestopslag en de naastgelegen varkenshouderij als één inrichting moeten worden beschouwd, en dat de geluidgrenswaarde onvoldoende bescherming bood.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de mestopslag en varkenshouderij niet als één inrichting gelden. Wel werd geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was omdat de in het besluit opgenomen grenswaarde van 65 dB(A) voor het maximale geluidniveau gedurende de dagperiode niet overeenkomt met de door verweerder beoogde 59 dB(A). Hierdoor werd het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
De Afdeling vernietigde het besluit voor zover het de geluidgrenswaarde betreft en droeg het college op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot revisievergunning werd gedeeltelijk vernietigd vanwege een onjuiste geluidgrenswaarde, met opdracht tot herziening binnen vier weken.