ECLI:NL:RVS:2005:AU2123
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- S.F.M. Wortmann
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbod ligplaats woonboten in openbaar water Midden-Delfland
Op 14 januari 2003 stelde het college van burgemeester en wethouders van Schipluiden, thans Midden-Delfland, een beleidsnota vast waarin werd bepaald dat het innemen van ligplaatsen met woonboten in het openbaar water niet is toegestaan, met uitzondering van twee reeds aanwezige woonboten. Appellant maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat het college het besluit te terughoudend had getoetst en dat het ontbreken van een ligplaatsenbeleid en vergunningsvereiste ten tijde van het neerleggen van zijn boot niet voldoende was meegewogen. Ook verwees hij naar een eerdere uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State oordeelde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft bij het aanwijzen van wateren waar ligplaatsen met woonboten niet zijn toegestaan en dat toetsing door de rechter terughoudend dient te zijn. Het feit dat er destijds geen ligplaatsenbeleid of vergunningsvereiste was, betekent niet dat het college niet redelijk kon besluiten tot het verbod. Er is geen sprake van een algeheel verbod omdat twee woonboten met historische rechten mogen blijven liggen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verbod op ligplaatsen met woonboten in openbaar water bevestigd.