ECLI:NL:RVS:2005:AU2127
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W.D.M. van Diepenbeek
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging vergunning milieu voor afvalverwerking wegens onzorgvuldige voorschriften
Bij besluit van 8 februari 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan appellante een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de bewerking en opslag van diverse afvalstoffen op een perceel te [plaats]. Appellante stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep op 22 augustus 2005, waarbij partijen niet verschenen.
De Afdeling overwoog dat het overgangsrecht van toepassing is en dat appellante het beroep deels introk. Vervolgens stelde de Afdeling vast dat enkele voorschriften (1.1.3, 4.1.2 onder h, 13.2.1 en 13.2.2) onzorgvuldig waren verbonden aan de vergunning, hetgeen in strijd is met het rechtsbeginsel van zorgvuldigheid. Ook bepaalde voorschriften (1.1.2 en 4.2.1) bevatten onduidelijkheden die door verweerder erkend werden.
De overige beroepsgronden waren ongegrond omdat appellante geen nieuwe argumenten aanvoerde tegen de weerlegging door verweerder. De Afdeling verklaarde het beroep daarom gedeeltelijk gegrond, vernietigde de genoemde voorschriften en droeg het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en enkele voorschriften van de milieuvergunning worden vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit.