ECLI:NL:RVS:2005:AU2135
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- P.C.E. van Wijmen
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning voor melkveebedrijf met vergistingsinstallatie vanwege geluidhinder
Bij besluit van 8 februari 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan een vergunninghouder een milieuvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkveebedrijf met vergistingsinstallatie. Appellant stelde dat de inrichting onaanvaardbare geluidhinder zou veroorzaken, met name in de avond- en nachtperiode, door verkeersbewegingen en activiteiten zoals laden en lossen.
De Raad van State overwoog dat de vergunning slechts geweigerd kan worden indien nadelige milieugevolgen niet kunnen worden voorkomen of voldoende beperkt door voorschriften. Het college had zijn beoordelingsvrijheid uitgeoefend door toepassing van de Handreiking industrielawaai en de Circulaire inzake geluidhinder door wegverkeer. Geluidgrenswaarden waren gesteld voor verschillende perioden en situaties, en het akoestisch rapport toonde aan dat deze grenswaarden kunnen worden nageleefd.
De Afdeling oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat extra geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk waren. Voor seizoensgebonden activiteiten was een hogere grenswaarde in de avondperiode vastgesteld, wat gelet op de aard en duur van de activiteiten en de afstand tot de woning van appellant, toereikend was. Ook de geluidhinder door verkeersbewegingen overschreed de voorkeursgrenswaarde niet in die mate dat het onaanvaardbaar was.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De Raad van State wees erop dat eventuele niet-naleving van voorschriften via andere bestuursrechtelijke maatregelen kan worden aangepakt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning voor het melkveebedrijf met vergistingsinstallatie wordt ongegrond verklaard.