ECLI:NL:RVS:2005:AU2136
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Boll
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gedeeltelijke vergunningverlening varkenshouderij wegens afwijking aanvraaggrondslag
Bij besluit van 15 februari 2005 verleende en weigerde het college van gedeputeerde staten van Gelderland vergunningen voor een varkenshouderij op een perceel te Buren. Het besluit werd ter inzage gelegd en appellanten stelden beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het beroep op 15 augustus 2005.
Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor het punt dat de mogelijkheid tot schadevergoeding niet was onderzocht, omdat appellanten hierover geen bedenkingen hadden ingebracht tegen het ontwerpbesluit. De Afdeling verklaarde dit deel van het beroep niet-ontvankelijk.
Appellanten betoogden dat de grondslag van de aanvraag was verlaten doordat het besluit voor circa tweederde deel van het aangevraagde veebestand de vergunning weigerde. De Afdeling oordeelde dat dit inderdaad een wezenlijke afwijking van de aanvraag inhoudt en daarmee strijdig is met het stelsel van de Wet milieubeheer. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De Afdeling veroordeelde de provincie Gelderland tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. De overige beroepsgronden behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels gegrond, met vernietiging van het besluit en toewijzing van proceskosten en griffierecht aan appellanten.