ECLI:NL:RVS:2005:AU2137
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- P.C.E. van Wijmen
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vergunning melkrundveehouderij en zuivelfabriek niet vernietigd ondanks milieu- en geluidbezwaren
Bij besluit van 22 februari 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders een milieuvergunning aan een vergunninghoudster voor een melkrundveehouderij annex zuivelfabriek op een perceel te een plaats. Tegen dit besluit stelden twee groepen appellanten beroep in bij de Raad van State.
De appellanten trokken een aantal beroepsgronden in en stelden nieuwe bezwaren, waarvan sommige niet tijdig waren ingebracht en daarom niet ontvankelijk werden verklaard. De Raad van State beoordeelde de overige gronden inhoudelijk, waaronder bezwaren over geluidhinder, de omvang van de inrichting, de bescherming van het rioolstelsel, en de milieutechnische voorschriften.
De Raad van State oordeelde dat de vergunninghouder voldoende maatregelen had getroffen om geluidhinder te beperken en dat het akoestisch onderzoek adequaat was uitgevoerd. Ook werd geoordeeld dat de bescherming van het rioolstelsel toereikend was gewaarborgd en dat de voorschriften in de vergunning passend en handhaafbaar zijn. De overige bezwaren hadden geen betrekking op de rechtmatigheid van het besluit of werden onvoldoende onderbouwd.
De Raad van State verklaarde de beroepen voor zover ontvankelijk ongegrond en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de milieuvergunning wordt voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.