ECLI:NL:RVS:2005:AU2139
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging bedrijfsmatige activiteiten wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan legde appellante een last onder dwangsom op om alle bedrijfsmatige activiteiten op een perceel te beëindigen, omdat deze in strijd waren met het bestemmingsplan "Buitengebied-Noord". Appellante gebruikte het perceel voor opslag en overslag van sierbestratingsmaterialen, terwijl het bestemmingsplan dit gebruik niet toestaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van het perceel niet valt onder de toegestane categorieën van bedrijfsactiviteiten en dat het overgangsrecht niet van toepassing is omdat het gebruik na de peildatum aanzienlijk is toegenomen.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college terecht geen vrijstelling heeft verleend omdat het beleid gericht is op het weren van milieuhinderlijke bedrijven uit woonbebouwing en het bevorderen van verkeersveiligheid. Er was geen concreet uitzicht op legalisatie. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.