ECLI:NL:RVS:2005:AU2149
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking vergunning varkens- en rundveehouderij
Bij besluit van 4 januari 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar de vergunningen verleend aan een vergunninghouder voor een varkens- en rundveehouderij op een perceel in een plaats ingetrokken. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de ammoniakrechten die aan de vergunningen verbonden zijn, aan hem zouden moeten worden overgedragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep behandeld en overwogen dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant geen procesbelang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het besluit. Dit komt doordat ten tijde van het besluit geen wettelijke grondslag bestond voor het salderen van ammoniakrechten, zoals door appellant beoogd.
Verder is vastgesteld dat het beroep wel ontvankelijk was voor zover het zich keerde tegen het niet volledig invullen van het verzoek van de vergunninghouder, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de vergunningen is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.