ECLI:NL:RVS:2005:AU2150
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- H. Borstlap
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen zonder vergunning proefdraaien vliegtuigmotoren op Lelystad Airport
Appellant verzocht het college van gedeputeerde staten van Flevoland handhavend op te treden tegen het zonder toereikende vergunning laten proefdraaien van vliegtuigmotoren op Lelystad Airport. Verweerder wees dit verzoek af en besloot de activiteit tot 1 april 2005 te gedogen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het proefdraaien in strijd is met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, waardoor handhavend optreden mogelijk is. Echter, het bestuursorgaan mag onder bijzondere omstandigheden afzien van handhaving, bijvoorbeeld bij concreet uitzicht op legalisatie of als handhaving onevenredig is.
Verweerder stelde dat het proefdraaien noodzakelijk is voor veiligheidsredenen en dat de geluidbelasting gering is. Tevens was er een ontvankelijke vergunningaanvraag uit 1998 in behandeling en waren relevante bestemmingsplannen en geluidgrenswaarden vastgesteld en van kracht. De Raad vond dat verweerder terecht afzag van handhaving omdat het uitzicht op legalisatie reëel was en handhaving onevenredig zou zijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het gedogen van het zonder vergunning proefdraaien van vliegtuigmotoren op Lelystad Airport is ongegrond verklaard.