ECLI:NL:RVS:2005:AU2160
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nadeelcompensatie wegens waardevermindering percelen door HSL-Zuid en A16
Het algemeen bestuur van het Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4 wees een verzoek van appellant om nadeelcompensatie af, omdat volgens hen de waardevermindering van diens percelen niet aannemelijk was.
Appellant stelde dat de waarde van zijn percelen was gedaald door het vervallen van een tunnelverbinding onder de A16, die voorheen via een erfdienstbaarheid toegang bood. De schadecommissie concludeerde echter dat de percelen vooral waarde ontlenen als hobbygrond en via een andere route toegankelijk zijn, waardoor geen sprake is van waardevermindering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het vervallen van de verbinding tot waardevermindering leidt en evenmin dat het vestigen van een recht van overpad op zijn eigen perceel niet wordt gecompenseerd door de waardestijging van de andere percelen.
De Raad van State oordeelt dat het algemeen bestuur het advies van de schadecommissie terecht heeft gevolgd en dat het hoger beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het nadeelcompensatieverzoek bevestigd.