ECLI:NL:RVS:2005:AU2161
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing verbranden hout in gemeente Alkemade
Bij besluit van 22 augustus 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Alkemade een ontheffing op grond van artikel 10.63, tweede lid, van de Wet milieubeheer voor het verbranden van hout afkomstig van hutten die jaarlijks tijdens vakantiespelen worden gebouwd.
De regionaal inspecteur milieuhygiëne Zuid-West maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht op 29 augustus 2005 om een voorlopige voorziening bij de Raad van State. Hij stelde dat de ontheffing ten onrechte was verleend omdat niet alleen schoon hout maar ook andere afvalstoffen zoals plastics en geverfd hout werden verbrand, wat risico's voor milieuverontreiniging zou opleveren. Tevens stelde hij dat verweerder naliet te onderzoeken of de ontheffing in het belang van doelmatig afvalbeheer was en dat onduidelijk was wat er met het verkoolde hout gebeurde.
De Voorzitter oordeelde dat verweerder niet had voldaan aan de verplichting om een ontwerpbesluit ter inzage te leggen, noch aan de zorgplicht voor een beoordeling van doelmatig afvalbeheer. Desondanks wees hij het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de verbranding onder strikte voorwaarden plaatsvindt, jaarlijks terugkeert en ruim van tevoren bekend is, en het late tijdstip van het verzoek tot onrust zou leiden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 29 augustus 2005 door mr. Th.G. Drupsteen als Voorzitter.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor het verbranden van hout in de gemeente Alkemade is afgewezen.