ECLI:NL:RVS:2005:AU2604
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning wijziging veehouderij wegens samenvoeging inrichtingen
Bij besluit van 22 februari 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert een vergunning aan vergunninghoudster voor het veranderen van een varkens-, schapen- en geitenhouderij op een perceel te Mill. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat de veehouderij van vergunninghoudster en die van een andere partij tezamen één inrichting vormen in de zin van artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat er sprake is van organisatorische en functionele bindingen tussen beide veehouderijen, waaronder gezamenlijke werkzaamheden door gemachtigde, gedeeld gebruik van machines en materialen, en de nabijheid van de locaties. Ondanks dat de veehouderijen tot verschillende rechtspersonen behoren en in het verleden aparte vergunningen hadden, leidt de verwevenheid ertoe dat zij als één inrichting moeten worden beschouwd.
Omdat het college dit niet had meegewogen en de vergunning afzonderlijk had verleend, is het besluit in strijd met artikel 1.1, vierde lid, tweede volzin, van de Wet milieubeheer. De Afdeling verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens onjuiste beoordeling van de inrichting.