ECLI:NL:RVS:2005:AU2621
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Weigering milieuvergunning voor geitenhouderij vanwege stankhinder en afstandsnormen
Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, heeft op 1 maart 2005 een vergunning geweigerd voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het houden van geiten op een perceel te Moerdijk. Appellant stelde beroep in tegen deze weigering. De Raad van State behandelde het beroep en beoordeelde de ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden.
De Raad oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is voor de grond dat verweerder ten onrechte de agrarische bestemming van het perceel had gewijzigd in woonbestemming en appellant niet in kennis was gesteld van deze wijziging, omdat appellant dit niet als bedenkingen tegen het ontwerp had ingebracht. Voor het overige verklaarde de Raad het beroep ongegrond.
De Raad overwoog dat verweerder terecht de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 en de brochure Veehouderij en Hinderwet heeft toegepast bij de beoordeling van de stankhinder. De afstand tot de dichtstbijzijnde woning was circa 46 meter, minder dan de minimaal vereiste 50 meter, waardoor sprake is van een overbelaste situatie. Verweerder mocht de vergunning weigeren omdat de nadelige milieugevolgen niet voldoende konden worden beperkt. De door appellant voorgestelde maatregel om de stal te verplaatsen was niet onderdeel van de aanvraag en kon niet zonder meer worden opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en deels ongegrond verklaard; de vergunningweigering blijft in stand.