Uitspraak
200304147/1, heeft de Afdeling het beroep tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 27 mei 2003, kenmerk 2002-25955, voorzover ontvankelijk, ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Raad van State
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een uitspraak van 4 augustus 2004 over een revisievergunning verleend door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland voor een inrichting bestemd voor afvalverwerking en compostering.
Verzoeker stelde dat op het moment van de zitting reeds meetresultaten bekend waren die aantoonden dat de geuremissievoorschriften 5.4 a en b niet werden nageleefd, wat volgens hem tot een andere uitspraak had moeten leiden. De Afdeling oordeelde echter dat de feitelijke naleving van voorschriften op een later moment geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van de vergunning zelf.
Daarom bevatten de door verzoeker aangevoerde feiten geen nieuwe omstandigheden die, indien eerder bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Het verzoek tot herziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over de revisievergunning wordt afgewezen.