ECLI:NL:RVS:2005:AU2637
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit reclamebord wegens strijd met gelijkheidsbeginsel en onvoldoende motivering
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen legde appellant een last onder dwangsom op om een reclamebord voor zijn caravanonderneming te verwijderen, omdat dit zonder vergunning was geplaatst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat het bord niet als een makelaarsbord kon worden aangemerkt, maar als handelsreclame voor het caravanbedrijf. Het college trad wel handhavend op tegen appellant, maar niet consequent tegen vergelijkbare borden van anderen, wat leidde tot ongelijke behandeling en strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Verder ontbrak een duidelijke motivering waarom tegen appellant wel werd opgetreden en tegen anderen niet. Dit leidde tot vernietiging van het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank. Het college moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. De dwangsomverhoging werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege gewijzigde omstandigheden.
Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het handhavingsbesluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, en het college dient een nieuwe beslissing te nemen.