ECLI:NL:RVS:2005:AU2965
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vergunning afvalverwerkingsbedrijf en financiële zekerheid
Op 31 mei 2005 verleende het college van gedeputeerde staten van Limburg een vergunning aan een vergunninghouder voor een afvalverwerkingsbedrijf. Verzoekster, Argentia B.V., stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 15 augustus 2005 werden verschillende bezwaren besproken, waaronder het ontbreken van een milieueffectrapport, de toepassing van de Europese Richtlijn 96/61/EG, en de beoordeling van luchtkwaliteit en financiële zekerheid.
De Voorzitter overwoog dat de inrichting als bestaande kon worden beschouwd, waardoor geen milieueffectrapport vereist was. Ook werd geoordeeld dat de Europese richtlijn niet van toepassing was op de inrichting omdat de verwijderingshandelingen niet voldeden aan de criteria. Ten aanzien van de luchtkwaliteit werd vastgesteld dat de emissies en verkeersbewegingen gering waren, zodat geen voorlopige voorziening nodig was.
Wat betreft de financiële zekerheid stelde de Voorzitter dat de door verweerder gehanteerde berekening redelijk was en dat verzoekster onvoldoende onderbouwing gaf voor een hoger bedrag. De Voorzitter concludeerde dat geen aanleiding bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de vergunning en de eis van financiële zekerheid wordt afgewezen.