ECLI:NL:RVS:2005:AU2966
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.P.F. Boermans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning bedrijfspanden en dienstwoning
Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland weigerde aanvankelijk op 6 januari 2004 een bouwvergunning voor twee bedrijfspanden en een dienstwoning op een perceel in Schouwen-Duiveland. Na bezwaar verleende het college alsnog de vergunning op 15 november 2004. Verzoekers stelden beroep in tegen deze vergunning, dat door de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg op 10 juni 2005 ongegrond werd verklaard.
Verzoekers verzochten vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de bouwvergunning te schorsen. De voorzitter behandelde het verzoek op 1 september 2005, waarbij partijen werden gehoord. De voorzitter overwoog dat besluiten in het algemeen uitvoerbaar zijn, zeker als een rechter in eerste aanleg het besluit heeft getoetst en het beroep ongegrond heeft verklaard.
De voorzitter vond geen aanleiding om aan te nemen dat de bouwvergunning niet in stand zou blijven. De bezwaren van verzoekers richtten zich op de vermeende noodzaak van een verklaring van geen bezwaar van het college van gedeputeerde staten, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Bovendien was een positief deskundigenadvies over het bouwplan onbetwist gebleven. Gezien deze omstandigheden en het belang van de aanvrager om de vergunning te gebruiken, werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 12 september 2005 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.