ECLI:NL:RVS:2005:AU2973
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- I.A. Molenaar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terrasvergunning tijdens hoger beroep
De burgemeester van 's-Hertogenbosch weigerde op 19 maart 2004 een vergunning voor de exploitatie van een buitenterras aan een locatie in de gemeente. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze weigering, dat op 5 oktober 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die op 6 juli 2005 het beroep ongegrond verklaarde.
Verzoekster wendde zich tot de Raad van State met een verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij zij wilde dat zij gedurende het hoger beroep behandeld zou worden alsof zij een terrasvergunning had gekregen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 1 september 2005.
De Voorzitter oordeelde dat gezien het bijna afgelopen terrasseizoen en de verwachting dat de uitspraak in de hoofdzaak voor het volgende terrasseizoen zal volgen, er onvoldoende spoedeisend belang was om een dergelijke verstrekkende voorziening te treffen. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.