ECLI:NL:RVS:2005:AU2973

Raad van State

Datum uitspraak
14 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200507103/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
  • I.A. Molenaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terrasvergunning tijdens hoger beroep

De burgemeester van 's-Hertogenbosch weigerde op 19 maart 2004 een vergunning voor de exploitatie van een buitenterras aan een locatie in de gemeente. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze weigering, dat op 5 oktober 2004 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank 's-Hertogenbosch, die op 6 juli 2005 het beroep ongegrond verklaarde.

Verzoekster wendde zich tot de Raad van State met een verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij zij wilde dat zij gedurende het hoger beroep behandeld zou worden alsof zij een terrasvergunning had gekregen. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 1 september 2005.

De Voorzitter oordeelde dat gezien het bijna afgelopen terrasseizoen en de verwachting dat de uitspraak in de hoofdzaak voor het volgende terrasseizoen zal volgen, er onvoldoende spoedeisend belang was om een dergelijke verstrekkende voorziening te treffen. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

200507103/2.
Datum uitspraak: 14 september 2005
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekster], handelend onder de naam "de Rode Pimpernel", gevestigd te 's-Hertogenbosch,
tegen de uitspraak in zaak no. AWB 04/3274 van de rechtbank
's-Hertogenbosch van 6 juli 2005 in het geding tussen:
verzoekster
en
de burgemeester van 's-Hertogenbosch.
1.    Procesverloop
Bij besluit van 19 maart 2004 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch (hierna: de burgemeester) geweigerd aan verzoekster vergunning te verlenen voor de exploitatie van een buitenterras aan de [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft de burgemeester het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 juli 2005, verzonden op 11 juli 2005, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 11 augustus 2005, bij de Raad van State ingekomen op 12 augustus 2005, hoger beroep ingesteld.
Tevens heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 1 september 2005, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. M.B.Ph. Geeraedts, advocaat te 's-Hertogenbosch, vergezeld door [directeur] van verzoekster, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. P.W.G.M. Christophe, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.
2.    Overwegingen
2.1.    De rechtbank heeft het beroep van verzoekster tegen de in bezwaar gehandhaafde weigering van een terrasvergunning ongegrond verklaard. Verzoekster vraagt om het treffen van een voorlopige voorziening waarin wordt bepaald dat zij hangende hoger beroep wordt behandeld alsof aan haar een terrasvergunning is verleend. Nu het terrasseizoen bijna is afgelopen en te verwachten valt dat de uitspraak in de hoofdzaak voor het nieuwe terrasseizoen zal worden gedaan, bestaat onvoldoende (spoedeisend) belang bij het treffen van een dergelijke verstrekkende voorziening. Het verzoek moet dan ook worden afgewezen.
2.2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3.    Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Molenaar, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek    w.g. Molenaar
Voorzitter    ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 september 2005
369.