ECLI:NL:RVS:2005:AU2976
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid burgemeester tot onmiddellijke sluiting café wegens handel in cocaïne
De burgemeester van Amsterdam heeft op 8 april 2004 de onmiddellijke sluiting bevolen van een café vanwege de aanwezigheid van cocaïne in handelshoeveelheid. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd omdat onvoldoende aannemelijk was dat sprake was van handelshoeveelheid drugs.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat de rechtbank de bevoegdheid tot bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet verkeerd had geïnterpreteerd. De Raad van State oordeelde dat het beleid van de burgemeester, waarbij een hoeveelheid van meer dan 0,5 gram cocaïne als handelshoeveelheid wordt beschouwd, niet onredelijk is. De aangetroffen 1,1 gram cocaïne en de observaties van de politie vormden voldoende grond voor de sluiting.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep ongegrond. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het gebruik van bestuursdwang onaanvaardbaar maakten. De persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitant speelde geen rol bij de bevoegdheid tot sluiting.
De uitspraak bevestigt de ruime bevoegdheid van de burgemeester tot handhaving bij drugshandel in horecagelegenheden en onderstreept het belang van het gemeentelijk beleid en de aanwijzingen van politieonderzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester is gegrond verklaard en het besluit tot onmiddellijke sluiting van het café blijft in stand.