ECLI:NL:RVS:2005:AU2979
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking Nederlanderschap en verlies Duitse nationaliteit
Bij koninklijk besluit van 6 maart 2003 is aan appellant het Nederlanderschap verleend. Appellant stelde dat hij zijn verzoek om verlening van het Nederlanderschap had ingetrokken voordat het besluit bekend werd gemaakt, waardoor hij zijn Duitse nationaliteit niet zou hebben verloren.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de minister stelde dat appellant door het Nederlanderschap van rechtswege zijn Duitse nationaliteit had verloren. De Raad van State overwoog dat het besluit op 26 april 2003 aan appellant bekend werd gemaakt en daarmee in werking trad. Verlies van de Duitse nationaliteit volgde automatisch en het Nederlanderschap kon niet worden ingetrokken op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.