ECLI:NL:RVS:2005:AU2997
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M.A.G. Stolker
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor lozen niet-verontreinigd bronneringswater op oppervlaktewater bevestigd
Bij besluit van 26 januari 2005 heeft het waterschap Rivierenland aan de gemeente Nijmegen een vergunning verleend voor het lozen van niet-verontreinigd bronneringswater op oppervlaktewater, ten behoeve van werkzaamheden in het plangebied Waalsprong. De vergunning geldt voor vijf jaar en bevat voorschriften ter bescherming van het oppervlaktewater.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning omdat hij vreesde dat verontreinigd grondwater, met name nabij het voormalige Philips terrein, zou worden geloosd, wat schadelijk zou zijn voor het oppervlaktewater en de veevoeding. Hij stelde dat niet kon worden voldaan aan de eis dat het geloosde water niet verontreinigd mocht zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning gebaseerd is op een gedegen rapport waarin maatregelen zijn beschreven om te voorkomen dat verontreinigd water wordt geloosd. De lozingseisen zijn niet betwist en er zijn geen feiten aangevoerd die twijfel zaaien over de naleving ervan. De Afdeling concludeerde dat voldoende waarborgen aanwezig zijn dat alleen niet-verontreinigd bronneringswater wordt geloosd.
Daarom is het beroep van appellant ongegrond verklaard en is het besluit van het waterschap bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het lozen van niet-verontreinigd bronneringswater is ongegrond verklaard.