ECLI:NL:RVS:2005:AU2998
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bestuurlijke boete wegens niet-melding bestaande gegevensverwerkingen
Het College bescherming persoonsgegevens (Cbp) legde het college van burgemeester en wethouders van Kampen een bestuurlijke boete op wegens het niet melden van elf bestaande gegevensverwerkingen binnen de gestelde termijn. Het college stelde zich op het standpunt dat deze verwerkingen onder artikel 79 Wbp Pro vielen, dat ziet op bestaande verwerkingen, en dat het Cbp daarom niet bevoegd was een boete op te leggen.
De rechtbank Zwolle-Lelystad oordeelde dat het college inderdaad niet artikel 27, eerste lid, maar uitsluitend artikel 79, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) had overtreden. Volgens de rechtbank was het Cbp niet bevoegd een boete op te leggen voor overtreding van artikel 79. Het Cbp ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat artikel 79 een Pro zelfstandige norm bevat voor bestaande verwerkingen die binnen een jaar na inwerkingtreding van de Wbp gemeld moeten worden. De verwijzing in artikel 79 naar Pro artikel 27 betekent Pro niet dat artikel 27 ook Pro van toepassing is op bestaande verwerkingen. Artikel 27 ziet Pro alleen op nieuwe verwerkingen. Daarom was het Cbp niet bevoegd een bestuurlijke boete op te leggen op grond van artikel 66 Wbp Pro voor overtreding van artikel 79.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de vernietiging van de boete. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het Cbp niet bevoegd was een bestuurlijke boete op te leggen voor niet-melding van bestaande verwerkingen onder artikel 79 Wbp.