ECLI:NL:RVS:2005:AU3004
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- J.H.B. van der Meer
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing goedkeuring plan evangelische basisschool Almere wegens onvoldoende leerlingprognose
De stichting Evangelisch Onderwijs Almere heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 december 2004 waarbij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de opname van een evangelische basisschool in het plan van scholen 2005-2008 voor Almere niet heeft goedgekeurd. De minister baseerde zijn weigering op het ontbreken van aannemelijkheid dat de school binnen vijf jaar het vereiste aantal leerlingen zal bereiken zoals voorgeschreven in de Wet op het primair onderwijs (WPO).
De kern van het geschil betrof het gehanteerde belangstellingspercentage voor evangelisch basisonderwijs in de prognose. Appellante gebruikte Eindhoven als vergelijkbare gemeente, terwijl verweerder Arnhem als meest vergelijkbaar aanmerkte. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat voor het bepalen van het belangstellingspercentage de peildatum 1 oktober 2003 geldt en dat het stichtingsregime van scholen geen invloed heeft op dit percentage.
Verder werd overwogen dat bij de keuze van een vergelijkbare gemeente meerdere factoren een rol spelen, zoals ligging, bevolkingssamenstelling, leerlingdichtheid en inwoneraantal. Uit de gegevens bleek dat Almere qua inwonertal en leerlingdichtheid dichter bij Arnhem ligt dan bij Eindhoven. Ook toekomstverwachtingen van bevolkingsgroei mogen niet worden meegenomen in de prognose.
Gelet op de beoordelingsruimte van de minister was het aanvaardbaar om Arnhem als vergelijkbare gemeente te beschouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van het plan bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van goedkeuring van het plan voor de evangelische basisschool in Almere is ongegrond verklaard.