ECLI:NL:RVS:2005:AU3340
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Ch.W. Mouton
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning spoorwegemplacement Roosendaal onder milieuwetgeving
Bij besluit van 20 juli 2004 verleende het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een milieuvergunning aan ProRail B.V. voor het spoorwegemplacement Roosendaal. Tegen dit besluit stelden het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal en ProRail B.V. beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het geschil op 28 juli 2005.
De appellanten voerden meerdere beroepsgronden aan, waaronder onvoldoende beoordeling van externe veiligheidsaspecten, onjuiste frequentie van groepsrisicocontroles, meldingsplicht voor chloorvervoer en onwerkbare voorschriften over het bedrijfsnoodplan en het bedrijfsenergieplan. De Afdeling oordeelde dat het doorgaand treinverkeer niet tot de inrichting behoort en dat de vergunning terecht werd verleend zonder aanvullend veiligheidsonderzoek. De rapportageverplichting over het groepsrisico werd als toereikend beoordeeld.
Wel werd geoordeeld dat het voorschrift over de afstemming van het bedrijfsnoodplan met rampenplannen onzorgvuldig was voorbereid en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Ook de verplichtingen rond het bedrijfsenergieplan en de rapportage daarvan werden als onnodig en onwerkbaar aangemerkt. De Afdeling verklaarde het beroep van het college van burgemeester en wethouders ongegrond, het beroep van ProRail B.V. gedeeltelijk gegrond en vernietigde de betreffende voorschriften. Tevens werd de provincie Noord-Brabant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan ProRail B.V.
Uitkomst: Het beroep van ProRail B.V. is gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij enkele vergunningvoorschriften zijn vernietigd en de provincie Noord-Brabant is veroordeeld tot proceskostenvergoeding.