ECLI:NL:RVS:2005:AU3358
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over handhaving gebruik kantoor in strijd met bestemmingsplan
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep gegrond tegen het niet tijdig beslissen door het college over handhaving van het gebruik van een woning als kantoor, en bepaalde dat binnen vier weken een besluit moest worden genomen. Het college wees het verzoek om bestuursdwang af, maar dit besluit werd vernietigd door de rechtbank. Na diverse procedures stelde de rechtbank opnieuw het college in het ongelijk en vernietigde het bestreden besluit.
Het college ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat ten tijde van het besluit op bezwaar concreet uitzicht op legalisatie bestond en dat handhaving daardoor achterwege mocht blijven. De Raad oordeelde dat er geen voorbereidingsbesluit was genomen noch een ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag, zodat het zicht op legalisatie onvoldoende concreet was. Ook was handhavend optreden niet onevenredig in verhouding tot de belangen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak onderstreept het belang van handhaving bij strijdig gebruik tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.