ECLI:NL:RVS:2005:AU3367
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bouwvergunning wegens onrechtmatige vrijstelling WRO
Het college van burgemeester en wethouders van Maasland verleende op 24 juni 2002 een bouwvergunning voor zes woningen met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), zoals die tot 3 april 2000 luidde. Tegen dit besluit maakte een belanghebbende bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat het college ten onrechte vrijstelling had verleend zonder dat er een voorbereidingsbesluit of ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag.
Appellanten stelden dat de rechtbank ten onrechte niet had gemotiveerd waarom zij geen gebruik maakte van de bevoegdheid om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad van State oordeelde echter dat het feit dat het bouwplan was gerealiseerd en de woningen bewoond werden, niet automatisch betekende dat de vrijstelling gehandhaafd moest blijven. Bovendien was er ten tijde van de behandeling van het beroep nog geen basis voor anticipatie aanwezig.
De Raad van State verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 28 september 2005 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van de bouwvergunning wegens onrechtmatige toepassing van artikel 19 WRO.