ECLI:NL:RVS:2005:AU3397
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over kostenveroordeling bij bouwvergunningprocedure
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Oostflakkee, verleende op 25 juli 2003 een bouwvergunning voor de bouw van 53 woningen. Wederpartij en haar vennoten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartij ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank dat geen veroordeling in proceskosten aan wederpartij moest worden opgelegd.
De Raad van State oordeelde dat niet aannemelijk was dat wederpartij kennelijk onredelijk gebruik had gemaakt van het procesrecht. Het enkele feit dat wederpartij een schikkingsvoorstel deed om hun bezwaren onder voorwaarden in te trekken, was onvoldoende om hen te veroordelen in de kosten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Wel werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van wederpartij, bestaande uit €644,- aan door een derde verleende rechtsbijstand. Deze kosten dienen door de gemeente betaald te worden onder vermelding van het zaaknummer.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €644,-.