ECLI:NL:RVS:2005:AU3398
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning vleesvarkens- en vleeskuikenhouderij
Bij besluit van 7 december 2004 verleende het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert een revisievergunning aan een vergunninghouder voor een vleesvarkens- en vleeskuikenhouderij. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning onvoldoende rekening hield met de Europese Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging en dat de vergunning onterecht was vanwege mogelijke stank- en geluidhinder.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunning onder de werkingssfeer van de Richtlijn viel, maar dat de vergunning gebaseerd was op de beste beschikbare technieken zoals vastgesteld in het BREF-document. De Afdeling verwierp het betoog dat strengere emissiegrenswaarden vereist waren, en stelde dat de beoordelingsvrijheid van het bestuursorgaan niet onredelijk was toegepast.
Verder werd geoordeeld dat de stankhinder niet zodanig was dat de vergunning geweigerd of aangescherpt moest worden, mede doordat het aantal mestvarkeneenheden was afgenomen en de afstand tot gevoelige objecten was toegenomen. Ten aanzien van geluidhinder werden de incidentele activiteiten met hogere geluidnormen als redelijk noodzakelijk beoordeeld, met passende voorschriften om onaanvaardbare hinder te voorkomen.
Gezien deze overwegingen verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor de vleesvarkens- en vleeskuikenhouderij wordt ongegrond verklaard.