ECLI:NL:RVS:2005:AU3403
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nadere eis geluidgrenswaarde bij bouw woning naast inrichting
Verweerder stelde bij besluit een nadere eis vast voor het langtijdgemiddeld geluidniveau van 53 dB(A) op de gevel van een nieuw te bouwen woning naast een inrichting, omdat de bestaande norm van 50 dB(A) niet haalbaar was door de nieuwbouw. Appellante betwistte deze versoepeling en voerde aan dat de nadere eis niet uitsluitend in milieubelang kon worden gesteld en dat de bouw van de woning geen belangrijke maatschappelijke ontwikkeling vormde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat maatschappelijke ontwikkelingen wel degelijk bij de belangenafweging mogen worden betrokken en dat de civielrechtelijke gevolgen van het besluit niet relevant zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid. Verweerder mocht afzien van toepassing van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Het akoestisch onderzoek en de vastgestelde grenswaarde werden als redelijk beoordeeld.
Verder stelde appellante dat haar uitbreidingsmogelijkheden werden beperkt en dat het onderzoek ondeugdelijk was. De Afdeling oordeelde dat het bevoegd gezag niet verplicht is bestaande uitbreidingsmogelijkheden te beschermen en dat geen concrete toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel zouden schenden.
Ook werd het beroep verworpen dat geen nadere eisen waren gesteld voor piekgeluiden en trillingen, omdat die overschrijdingen al bestonden vóór de nieuwbouw en buiten het bereik van het bestreden besluit vielen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de nadere eis geluidgrenswaarde van 53 dB(A) wordt ongegrond verklaard.