ECLI:NL:RVS:2005:AU3771
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.W. Schortinghuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling bouwplan ondanks strijd met bestemmingsplan in Zevenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar verleende op 15 juni 2004 een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van een woning met berging op een perceel met de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden'. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. Het college handhaafde het besluit van 15 juni 2004 bij een nieuw besluit van 5 april 2005. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en oordeelde dat de vrijstelling conform artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) terecht was verleend, ondanks strijd met het bestemmingsplan. De ruimtelijke onderbouwing, mede gebaseerd op het streekplanbeleid en adviezen van Gedeputeerde Staten, was voldoende.
Appellant stelde dat de vrijstelling niet voorzien was van een goede ruimtelijke onderbouwing en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen. De Afdeling verwierp deze bezwaren en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Het beroep tegen het besluit van het college werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling en bouwvergunning blijven gehandhaafd.