ECLI:NL:RVS:2005:AU3772
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit onderhoudsverplichting schouwsloot wegens onvoldoende motivering
Het dagelijks bestuur van het wetterskip Lauwerswâlden (thans Fryslân) legde appellant een onderhoudsverplichting op voor een watergang, aangeduid als schouwsloot, gelegen bij zijn percelen. Appellant betwistte dat de aangewezen watergang op zijn perceel lag en stelde dat een greppel op zijn perceel onrechtmatig was aangelegd en niet op de legger voorkwam.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het dagelijks bestuur onvoldoende had onderbouwd welke watergang als schouwsloot was aangewezen. Hierdoor was niet duidelijk of de onderhoudsplicht op appellant rustte voor de bedoelde watergang.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van 9 september 2003 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van appellant gegrond en beval het dagelijks bestuur een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de Raad het dagelijks bestuur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant. De zaak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij besluiten over onderhoudsplichten van watergangen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak worden vernietigd en het dagelijks bestuur moet een nieuwe beslissing nemen en proceskosten vergoeden.