ECLI:NL:RVS:2005:AU3777
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor gebruik stal-garage als woning zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel legde appellanten een last onder dwangsom op om het gebruik van een stal-garage als woning te beëindigen en de voorzieningen die het bijgebouw geschikt maken voor bewoning te verwijderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond en vernietigde het besluit voor zover het gebruik van het bijgebouw als woning betreft.
De Raad van State oordeelt dat de bouwkundige voorzieningen, zoals keuken en badkamer, niet vergunningvrij zijn omdat zij de functie van het gebouw veranderen. Het college kon daarom handhavend optreden op grond van artikel 40 van Pro de Woningwet. Het beroep op mantelzorg als bijzondere omstandigheid om af te zien van handhaving wordt verworpen, omdat het beleid dubbele bewoning beperkt tot inwoning en niet tot bewoning van een apart bijgebouw.
Ook is geen concreet uitzicht op legalisatie gebleken, mede omdat geen bouwvergunning is aangevraagd. Het betoog dat de last een ongeoorloofde inmenging vormt in het recht op gezinsleven wordt verworpen, omdat de inmenging gerechtvaardigd is op grond van de Woningwet en voldoet aan het EVRM. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.