Uitspraak
200305777/1, is bij de vaststelling van de omvang van het bouwterrein in beginsel de actuele kadastrale situatie bepalend. Uit de omstandigheid dat het op de plankaart ingetekende bouwvlak is gesitueerd op enige afstand van de toenmalige kadastrale perceelsgrenzen, kan worden afgeleid dat ook de planwetgever met het in de aanwijzingen opgenomen voorschrift dat een minimale afstand van 3 m tot de zijdelingse grens van het bouwterrein in acht moet worden genomen, heeft gedoeld op de in acht te nemen afstand tot de actuele perceelsgrenzen. Nu de woning is geprojecteerd op de zijdelingse perceelsgrenzen, is aan bovengenoemde voorwaarde niet voldaan, zodat het bouwplan ook op dit punt in strijd is met het bestemmingsplan.