ECLI:NL:RVS:2005:AU3783
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling gebruik garage als zomerhuis in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort weigerde appellant vrijstelling te verlenen voor het gebruik van zijn garage als zomerhuis op een perceel dat volgens het bestemmingsplan bestemd is voor eengezinswoningen en tuinen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de weigering, maar de rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat het gebruik van de garage niet in strijd was met de bouwverordening omdat de Verordening Zomerhuizen van toepassing zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat het perceel niet was aangewezen voor de bouw van zomerhuizen en dat het college terecht de bouwverordening toepaste.
Voorts stelde appellant dat het beleid van het college om te refereren aan een nieuw bestemmingsplan onredelijk was. De Raad van State vond dit niet onredelijk en bevestigde dat het college in redelijkheid het beleid kon volgen en geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om hiervan af te wijken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van vrijstelling bevestigd.