ECLI:NL:RVS:2005:AU3798
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bezwaar bouwvergunning poederfabriek Buitenvaart II
Het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen verleende op 13 mei 2003 vrijstelling en bouwvergunning aan DOC Kaas voor een poederfabriek op het bedrijventerrein Buitenvaart II. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar tegen de vrijstelling gegrond en herroept dit besluit, terwijl het bezwaar tegen de bouwvergunning ongegrond werd verklaard. De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond.
Appellanten stelden dat zij als belanghebbenden niet ontvankelijk waren verklaard, dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en de Wet geluidhinder, en dat onvoldoende bodemonderzoek was verricht. De Afdeling oordeelde dat appellanten geen belanghebbenden waren omdat hun woningen of bedrijfspanden meer dan 800 meter van het bouwplan verwijderd waren en er vrijwel geen vrij zicht was. Het college had het bezwaar ten onrechte ontvankelijk verklaard, en de rechtbank had dit miskend.
Verder stelde de Afdeling vast dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan en dat het college terecht geen bodemrapport vereiste vanwege eerder bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan. Het welstandsadvies was positief en de realisering van een rand rondom het zuivelpark was voldoende verzekerd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het bezwaar van appellanten betrof, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en bevestigde het vonnis voor het overige. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bezwaar van appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang; het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het bezwaar betreft.